De paardekastanjemineermot, Cameraria ohridella, werd voor het eerst gesignaleerd in Macedonië in de buurt van het meer Ohrid in het jaar 1985. Sindsdien heeft ze zich snel uitgebreid naar de buurlanden met als gevolg dat de soort in het midden van de jaren '90 werd waargenomen in alle Centraal-Europese landen. De eerste aantastingen in België zijn gevonden in het park van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in 1999. Nu kan men de paardekastanjemineermot in gans Vlaanderen aantreffen.
Er kunnen tot 3 generaties per jaar voorkomen. De eerste treffen we aan in de maand april na de overwintering. De tweede generatie veroorzaakt de meeste schade en vinden we terug in de maand juli. De laatste vliegt rond de overgang tussen de maanden september en oktober. De vrouwtjes leggen elk zo'n 20-30 eitjes af op de bovenzijde van het blad van de paardekastanje. Deze komen na ongeveer 10 dagen uit. De jonge larven eten zich een weg in het blad. Vervolgens vreten ze zich doorheen het bladweefsel waarbij ze gangen vormen. Cameraria ohridella heeft zes larvale stadia. Wanneer de larve volgroeit is, verpopt ze. Hierbij maakt ze een cocon van spinseldraden in de bladmijn. De larven zijn ongeveer 1,5 mm lang en hebben opvallende, diep ingesneden segmenten. Ze zijn bovendien geelgroen van kleur. Als het om een erge aantasting gaat, kunnen deze mijngangen elkaar overlappen, waardoor een groot deel van het blad volledig bruin verkleurt. De mineermot overwintert als pop in de afgevallen bladeren.
De bomen die het ergst lijden onder deze plaagsoort behoren tot de soort Aesculus hippocastanum, maar bij een grote aantasting kan het eveneens voorkomen dat er in het blad van Acer pseudoplatanus en A. platanoides ook gangen te zien zijn.
De meest voor de hand liggende vorm van schade zijn natuurlijk de mijngangen die de larven veroorzaken. Dit kan evolueren tot die mate waarin het blad bruin gaat verkleuren en vroegtijdig afvalt. Hierdoor kan de boom tijdens de zomer minder reserves opbouwen, waardoor veel van de aangetaste bomen het jaar nadien veel minder blad zullen krijgen. Dit tast de conditie van de bomen aan, waardoor ze meer vatbaar worden voor andere belagers en ziekten die in normale omstandigheden niet fataal zouden zijn.
Aangezien deze soort uitheems, invasief is en veel schade veroorzaakt kan de bestrijding ervan als een must beschouwd worden.
De bestrijding met chemische middelen is bijzonder moeilijk aangezien de paardekastanjemineermot gedurende het grootste deel van zijn levenscyclus in gangen in het blad zit. Ze zijn dus zeer moeilijk te raken. Daarbij komt nog dat de gemeentebesturen verplicht worden te streven naar een afbouw van chemische middelen. Het is dus uitermate belangrijk deze plaag goed in de gaten te houden. Dit is mogelijk door het feromoon van Cameraria ohridella te gebruiken in combinatie met onze trechterval. Biologische alternatieven worden dus zeer belangrijk naar de toekomst toe.