Plagen
Kaswittevlieg
Meer info

De kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum) is een typische kasplaag die vele gewassen bedreigt.
 

Biologie
Meer info

Volwassen kaswittevliegen zijn met een witte waslaag bedekte insecten van ongeveer 2 mm groot. De vleugels staan horizontaal geplaatst en overlappen lichtjes.

De vrouwelijke kaswittevlieg legt haar 0,2 mm grote, langwerpige eitjes aan de onderzijde van het blad in de kop van het gewas. Na twee tot drie dagen verkleuren deze zwart.

De larven die hieruit komen, zijn de eerste uren mobiel. Ze zoeken naar een geschikte plaats om zich vast te hechten aan het blad.  Daarna en gedurende de volgende larvestadia en het popstadium verplaatst ze zich niet meer. De vier larvestadia lijken uiterlijk sterk op mekaar, maar verschillen duidelijk in grootte.

De pop is wit en licht doorzichtig. Haar vorm is rond met rechtstaande wanden. De rugzijde is rijkelijk bezet met een krans van washaren.

Tenslotte komt via een T-vormige opening een nieuwe volwassen kaswittevlieg uit de pop tevoorschijn.

Op tomaat duurt de ontwikkeling van ei tot volwassen insect 20 dagen bij 27°C of 38 dagen bij 17°C, maar op andere waardplanten kan dit aanzienlijk verschillen.

Ook de vruchtbaarheid van de kaswittevlieg is sterk afhankelijk van de temperatuur en de waardplant. Een vrouwtje legt ongeveer 100 eitjes op tomaat, 200 eitjes op komkommer en 300 eitjes op aubergine.

 

Schade
Meer info

Zowel de larven als de adulten zuigen plantensap om zich te voeden. Het overtollig suiker van de plantensap wordt afgescheiden als honingdauw. De honingdauw bevuilt niet alleen de bladeren maar ook de vruchten, waardoor ze onverkoopbaar worden. Vaak werkt deze honingdauw de groei van roetdauwschimmels in de hand, waardoor de fotosynthese en de ademhaling van de plant gehinderd worden.

 Door het zuigen van plantensap kunnen de fysiologische processen van de plant verstoord worden, zoals o.a. het onregelmatig afrijpen van de vruchten.

Ook kunnen er virussen van groente- en fruitteeltgewassen overgedragen worden.

 

Teelt: Aardbei
Meer info
  • Verkrijgbaar als strooisysteem en op kaartjes.
  • Preventief: Introduceer 1,5 Encarsia/m² per week.
  • Curatief: Introduceer nadat er wittevlieg in het gewas is waargenomen, wekelijks min. 3 Encarsia/m² totdat er 80 à 90 % parasitering aanwezig is.
  • In haarden 5-10 Encarsia/m² per week introduceren tot er een evenwicht bereikt is.
  • Strooi preventief 20 stuks/m² uit op de bladeren. Van zodra de eerste plaaginsecten waargenomen worden, strooi dan 100 stuks/m² op de plaatsen waar wittevlieg of trips aangetroffen werden.
Teelt: Anthurium
Meer info
  • Verkrijgbaar als strooisysteem en op kaartjes.
  • Preventief: Introduceer 1,5 Encarsia/m² per week.
  • Curatief: Introduceer nadat er wittevlieg in het gewas is waargenomen, wekelijks min. 3 Encarsia/m² totdat er 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • In haarden 5-10 Encarsia/m² per week introduceren tot er een evenwicht bereikt is.
  • Een mix van Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa (50/50) ter bestrijding van kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum).
  • Curatief: Introduceer vanaf februari gedurende 4 weken minimum 3-4 Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.

Introduceer vanaf februari gedurende minimum 4 weken min. 3/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.

Teelt: Aubergine
Meer info
  • Preventief: Introduceer 1,5 Encarsia formosa/m² gedurende min. 3 weken. Bespreek hierna verdere stappen met uw biobegeleider.
  • Curatief: Introduceer nadat er wittevlieg in het gewas is waargenomen, gedurende 4 weken minimum 3-4 Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Een mix van Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa (50/50) ter bestrijding van kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum).
  • Curatief: Introduceer vanaf februari gedurende 4 weken minimum 3-4 Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.

Vanaf februari gedurende minimum 4 weken min. 2/m² uitzetten totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.

  • Preventief:
    • Introduceer vanaf februari in 2 introducties minimum 0,5 Macrolophus/m²
    • Gebruik Nutrimac als alternatief voedselaanbod.
  • Curatief: (wittevlieg waargenomen in het gewas)
    • Introduceer in 2 tot 4 introducties minimum 0,5-1 Macrolophus/m²
    • Introduceer in wittevlieghaarden 5 tot 10 Macrolophus/m²
  • Opmerking:
    • Introduceer Macrolophus altijd in het gewas, maak hierbij gebruik van de Bio-Box.
    • Maak per verpakking maximum 5-10 introductiepunten.
  • Alternatief voedselaanbod voor roofwantsen.
  • Wekelijks uitzetten gedurende 2 tot 4 weken aan een dosis van 10 à 20 gr/ha.
  • Introduceer Nutrimac altijd in het gewas op een beschutte plaats op het blad.
  • Strooi preventief 20 stuks/m² uit op de bladeren. Van zodra de eerste plaaginsecten waargenomen worden, strooi dan 100 stuks/m² op de plaatsen waar wittevlieg of trips aangetroffen werden.
Teelt: Cherrytomaat
Meer info
  • Verkrijgbaar als strooisysteem of op kaartjes met 50 of 100 Encarsia formosa/kaartje.
  • Hang tijdens het opstoken van de kasruimte gele signaalplaten op om de eerste wittevlieg waar te nemen. (50 stuks/ha)
  • Preventief: Introduceer 1 Encarsia formosa/m² gedurende min. 3 weken. Bespreek hierna verdere stappen met uw biobegeleider.
  • Curatief: Introduceer nadat er wittevlieg in het gewas is waargenomen, gedurende min. 4 weken minimum 3 Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Opmerking:
    • Vanaf het moment dat wittevlieg wordt waargenomen, hogere aantallen inzetten.
    • Indien nodig, langer blijven uitzetten.
  • Uitsluitend in combinatie met Encarsia formosa.
  • Vanaf begin april gedurende minimum 5 weken 1/m² uitzetten.
  • Vooral uitzetten in wittevlieghaarden.
Teelt: Chrysant
Meer info
  • Preventief: Introduceer 1 Encarsia formosa/m² gedurende min. 3 weken. Bespreek hierna verdere stappen met uw biobegeleider.
  • Curatief: Introduceer nadat er wittevlieg in het gewas is waargenomen, gedurende min. 4 weken minimum 3-4 Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
Teelt: Gerbera
Meer info
  • Verkrijgbaar als strooisysteem en op kaartjes.
  • Preventief: Introduceer 1,5 Encarsia/m² per week
  • Curatief: Introduceer nadat er wittevlieg in het gewas is waargenomen, wekelijks min. 3 Encarsia/m² totdat er 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • In haarden 5-10 Encarsia/m² per week introduceren tot er een evenwicht bereikt is.
  • Een mix van Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa (50/50) ter bestrijding van kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum).
  • Curatief: Introduceer vanaf februari gedurende 4 weken minimum 3-4 Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
     
  • Introduceer vanaf februari gedurende minimum 4 weken min. 3/m² uitzetten totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.

De toepassingsmethode van PreFeRal WG hangt af van het gewas en het aantal aanwezige wittevliegen.

Spuiten

PreFeRal® WG dient met normale spuitapparatuur gespoten te worden. PreFeRal® WG werkt als een contactinsecticide. Om een efficiënte plaagbestrijding te verkrijgen is het nodig de onderzijde van de bladeren goed te behandelen. Daarom is het aan te raden een voldoende hoeveelheid water te gebruiken. Het nodige volume water hangt af van de grootte van het gewas. Normaal zal een hoog spuitvolume de beste resultaten bezorgen. 2.000 tot 3.000 l/ha is aan te raden voor een volgroeid gewas en 1.000 l/ha voor een klein of een jong gewas.
De pH van het water ligt optimaal tussen pH 4 en pH 7.
 

 

Combinatie met natuurlijke vijanden:

PreFeRal® WG is het correctiemiddel bij uitstek als de biologische bestrijding een extra ondersteuning nodig heeft bij de strijd tegen wittevlieg. PreFeRal® WG kan bij de biologische bestrijding van plagen gebruikt worden in combinatie met natuurlijke vijanden zoals b.v. Encarsia formosa, Eretmocerus californicus en Macrolophus caliginosus.
Geïntegreerd resistentiebeheerprogramma:
PreFeRal® WG kan afwisselend gebruikt worden met selectieve wittevlieg-insecticiden als onderdeel van een "Geïntegreerd Resistentiebeheerprogramma" (IRM: Integrated Resistence Management).
 

Teelt: Komkommer
Meer info
  • Preventief: Introduceer 1 Encarsia formosa/m² gedurende min. 3 weken. Bespreek hierna verdere stappen met uw biobegeleider.
  • Curatief: Introduceer nadat er wittevlieg in het gewas is waargenomen, gedurende min. 4 weken minimum 3 Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Opmerking: Hou altijd rekening met de eventuele nevenwerking en geadviseerde wachttijd van de gebruikte gewasbeschermingsmiddelen alvorens u start met de introductie van Encarsia formosa.
  • Een mix van Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa (50/50) ter bestrijding van kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum).
  • Curatief: Introduceer vanaf februari gedurende min. 4 weken minimum 3 Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.

De toepassingsmethode van PreFeRal WG hangt af van het gewas en het aantal aanwezige wittevliegen.

  • Spuiten:
    PreFeRal® WG dient met normale spuitapparatuur gespoten te worden. PreFeRal® WG werkt als een contactinsecticide. Om een efficiënte plaagbestrijding te verkrijgen is het nodig de onderzijde van de bladeren goed te behandelen. Daarom is het aan te raden een voldoende hoeveelheid water te gebruiken. Het nodige volume water hangt af van de grootte van het gewas. Normaal zal een hoog spuitvolume de beste resultaten bezorgen. 2.000 tot 3.000 l/ha is aan te raden voor een volgroeid gewas en 1.000 l/ha voor een klein of een jong gewas.
    De pH van het water ligt optimaal tussen pH 4 en pH 7.
  • Combinatie met natuurlijke vijanden:
    PreFeRal® WG is het correctiemiddel bij uitstek als de biologische bestrijding een extra ondersteuning nodig heeft bij de strijd tegen wittevlieg. PreFeRal® WG kan bij de biologische bestrijding van plagen gebruikt worden in combinatie met natuurlijke vijanden zoals b.v. Encarsia formosa, Eretmocerus californicus en Macrolophus caliginosus.
  • Geïntegreerd resistentiebeheerprogramma:
    PreFeRal® WG kan afwisselend gebruikt worden met selectieve wittevlieg-insecticiden als onderdeel van een "Geïntegreerd Resistentiebeheerprogramma" (IRM: Integrated Resistence Management).

 

  • Strooi preventief 20 stuks/m² uit op de bladeren. Van zodra de eerste plaaginsecten waargenomen worden, strooi dan 100 stuks/m² op de plaatsen waar wittevlieg of trips aangetroffen werden.
Teelt: Meloen
Meer info
  • Verkrijgbaar als strooisysteem en op kaartjes.
  • Preventief: Introduceer 1,5 Encarsia/m² per week. (3 weken na het planten)
  • Curatief: Introduceer nadat er wittevlieg in het gewas is waargenomen, wekelijks min. 3 Encarsia/m² totdat er 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • In haarden 5-10 Encarsia/m² per week introduceren tot er een evenwicht bereikt is.
  • Een mix van Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa (50/50) ter bestrijding van kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum).
  • Curatief: Introduceer vanaf februari gedurende 4 weken minimum 3-4 Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Introduceer vanaf februari gedurende minimum 4 weken min. 3/m² uitzetten totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
Teelt: Paprika
Meer info
  • Hang tijdens het opstoken van de kasruimte minimum 20 gele signaalplaten per ha op om de eerste wittevlieg waar te nemen.
  • Curatief: Introduceer nadat er wittevlieg in het gewas is waargenomen, gedurende 4 weken minimum 3 Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Opmerking: Encarsia formosa parasiteert bij voorkeur kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum).
  • Een mix van Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa (50/50) ter bestrijding van kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum).
  • Curatief: Introduceer vanaf februari gedurende 4 weken minimum 3-4 Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Strooi preventief 20 stuks/m² uit op de bladeren. Van zodra de eerste plaaginsecten waargenomen worden, strooi dan 100 stuks/m² op de plaatsen waar wittevlieg of trips aangetroffen werden.
Teelt: Poinsettia
Meer info
  • Verkrijgbaar als strooisysteem en op kaartjes.
  • Introduceer wekelijks 6 Encarsia/m².
  • Als er parasitering waargenomen wordt, verhoog de introductieaantallen tot 9 Encarsia/m² per week.
  • Introduceer gedurende minimum 4 weken min. 3/m² uitzetten totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
Teelt: Roos
Meer info
  • Introduceer elke 2 weken 0,5-1 Encarsia/m² zodra er wittevlieg waargenomen is in de kas. Herhaal dit tot er voldoende parasitering aanwezig is (80 à 90%).
  • Een mix van Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa (50/50) ter bestrijding van kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum).
  • Curatief: Introduceer vanaf februari gedurende 4 weken minimum 3-4 Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Vanaf februari gedurende minimum 4 weken min. 2/m² uitzetten totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
Teelt: Snijboon
Meer info
  • Hang tijdens het opstoken van de kasruimte minimum 20 gele signaalplaten per ha op om de eerste wittevlieg waar te nemen.
  • Curatief: Introduceer nadat er wittevlieg in het gewas is waargenomen, gedurende 4 weken minimum 3 Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Opmerking: Encarsia formosa parasiteert bij voorkeur kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum).
  • Een mix van Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa (50/50) ter bestrijding van kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum)
  • Curatief: Introduceer vanaf februari gedurende 4 weken minimum 3-4 Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
Teelt: Tomaat
Meer info
  • Preventief: Introduceer 1 Encarsia formosa/m² gedurende min. 3 weken. Bespreek hierna verdere stappen met uw biobegeleider.
  • Curatief: Introduceer nadat er wittevlieg in het gewas is waargenomen, gedurende min. 4 weken minimum 3-4 Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Een mix van Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa (50/50) ter bestrijding van kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum).
  • Curatief: Introduceer vanaf februari gedurende min. 4 weken minimum 3-4 Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Vanaf februari gedurende minimum 4 weken min. 2/m² uitzetten totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Preventief:
    • Introduceer vanaf februari in 2 introducties minimum 0,5 Macrolophus/m²
    • Gebruik Nutrimac als alternatief voedselaanbod.
  • Curatief: (wittevlieg waargenomen in het gewas)
    • Introduceer in 2 tot 4 introducties minimum 0,5-1 Macrolophus/m²
    • Introduceer in wittevlieghaarden 5 tot 10 Macrolophus/m²
  • Opmerking:
    • Introduceer Macrolophus altijd in het gewas, maak hierbij gebruik van de Bio-Box.
    • Maak per verpakking maximum 5-10 introductiepunten.
  • Alternatief voedselaanbod voor roofwantsen.
  • Wekelijks uitzetten gedurende 2 tot 4 weken aan een dosis van 10 à 20 gram/ha
  • Introduceer Nutrimac altijd in het gewas op een beschutte plaats op het blad.

De toepassingsmethode van PreFeRal WG hangt af van het gewas en het aantal aanwezige wittevliegen.

  • Spuiten:
    PreFeRal® WG dient met normale spuitapparatuur gespoten te worden. PreFeRal® WG werkt als een contactinsecticide. Om een efficiënte plaagbestrijding te verkrijgen is het nodig de onderzijde van de bladeren goed te behandelen. Daarom is het aan te raden een voldoende hoeveelheid water te gebruiken. Het nodige volume water hangt af van de grootte van het gewas. Normaal zal een hoog spuitvolume de beste resultaten bezorgen. 2.000 tot 3.000 l/ha is aan te raden voor een volgroeid gewas en 1.000 l/ha voor een klein of een jong gewas.
    De pH van het water ligt optimaal tussen pH 4 en pH 7.
  • Combinatie met natuurlijke vijanden:
    PreFeRal® WG is het correctiemiddel bij uitstek als de biologische bestrijding een extra ondersteuning nodig heeft bij de strijd tegen wittevlieg. PreFeRal® WG kan bij de biologische bestrijding van plagen gebruikt worden in combinatie met natuurlijke vijanden zoals b.v. Encarsia formosa, Eretmocerus californicus en Macrolophus caliginosus.
  • Geïntegreerd resistentiebeheerprogramma:
    PreFeRal® WG kan afwisselend gebruikt worden met selectieve wittevlieg-insecticiden als onderdeel van een "Geïntegreerd Resistentiebeheerprogramma" (IRM: Integrated Resistence Management).

 

Plagen
Contacteer biobest
Biobest Belgium N.V.
Ilse Velden 18
2260 Westerlo
BE - Belgium
T: +32 14 257 980
F: +32 14 257 982