Omdat bladluiskolonies soms uit meerdere bladluizensoorten bestaan, kan het inzetten van beide sluipwespen Aphidius ervi en Aphidius colemani nodig zijn.
Aphidius colemani is een slanke, zwarte sluipwesp met bruine poten, lange antennen en opvallende nerven op de vleugels. Haar grootte hangt af van de grootte van de geparasiteerde bladluis waar ze uit voortkomt, maar is gemiddeld 2 mm. Het vrouwtje heeft een puntig, het mannetje een afgerond achterlijf. Het vrouwtje legt een eitje in de bladluis. Hiervoor buigt ze haar achterlijf onder haar poten door te buigen, en met haar legboor een eitje in de bladluis te injecteren. Dit proces duurt slechts een fractie van een seconde.
De sluipwesp parasiteert adulte bladluizen of nimfen. De eerste drie dagen na de parasitering, wanneer de parasiet in het eistadium is, neemt de bladluis meer voedsel op en scheidt ze meer honingdauw af. Geparasiteerde bladluisnimfen van het 4de stadium of volwassen bladluizen blijven nog nakomelingen produceren. Vervolgens eet de Aphidius-larve de bladluis van binnenuit leeg. Zeven dagen na parasitering zet de Aphidius-larve de bladluis stevig vast op het blad, en vormt een zijden cocon in de bladluis zodat deze opzwelt.
De buitenkant wordt bruin en leerachtig. Men spreekt dan van een mummie. Vier dagen na het begin van de mummificatie (bij 21°C) verlaat een volwassen sluipwesp de mummie via een rond gat. De totale ontwikkelingsduur van Aphidius colemani bedraagt 14 dagen bij 21°C, wat langer is dan die van bladluizen onder gelijke omstandigheden (9 dagen). De volwassen sluipwesp leeft maximaal 2 à 3 weken.
De sluipwesp vindt bladluishaarden op relatief grote afstand terug door de "alarmstoffen" die een aangetaste plant afscheidt. Op kortere afstand ruikt zij ook de honingdauw. Bij aanwezigheid van een Aphidius-sluipwesp in een bladluiskolonie, scheiden bladluizen vaak "alarmferomonen" af. Hierdoor geraken de andere bladluizen zo in paniek, dat ze zich soms van het blad laten vallen, en zo dus ook verloren zijn.
Mannetjes worden uit onbevruchte eitjes geboren. Deze legt het vrouwtje kort na de paring of op het einde van haar leven. De verhouding vrouwtjes-mannetjes bedraagt meestal 2:1.
De levensloop van Aphidius ervi verloopt gelijkaardig aan die van Aphidius colemani, vooral hun gastheren zijn verschillend. Lees meer informatie over de biologie van A. ervi onder "Ervi-M-System".
Verschillende soorten sluipwespen parasiteren Aphidius-larven of -poppen. Hiervoor legt de hyperparasiet een eitje in de larve of jonge pop van Aphidius. Het mummiestadium duurt na hyperparasitering enkele dagen langer dan de 4 dagen bij een niet-geparasiteerde Aphidius. Hyperparasieten verlaten de mummie via een gat met gekartelde rand, en onderscheiden zich zo van Aphidius die een rond gat maakt. Bij Aphidius blijft meestal ook het dekseltje aan de opening hangen.
Aphidius colemani en Aphidius ervi zijn inzetbaar op alle gewassen waarop de geschikte gastheren voorkomen. Gezien de snelle voortplanting van bladluizen, moeten ze tijdig bestreden worden. Deze sluipwespen zijn geschikte parasieten voor preventieve bestrijding. In verscheidene kasteelten zoals paprika, komkommer, aubergine, roos en chrysant is het raadzaam al vroeg te beginnen met preventieve introducties van minimaal 0,15 Aphidius/m²/week in de teelt.
Zodra de aanwezigheid van bladluizen wordt waargenomen op gele vangplaten (BUG-SCAN®) of in beginnende haarden, verhoogt men de introductie-aantallen naar wekelijks 0,5-1 Aphidius/m², afhankelijk van de teelt en de situatie, en dit gedurende minimaal 3 weken. In geval van een curatieve behandeling wordt meestal gelijktijdig de galmug Aphidoletes aphidimyza uitgezet. Verder gevorderde aantastingen gaat men te lijf met het lieveheersbeestje Adalia bipunctata.
Vanaf de zomer kan de bestrijding met Aphidius belemmerd worden door de aanwezigheid van hyperparasieten!
Aphidius-Mix-System wordt geleverd in de vorm van mummies (geparasiteerde bladluizen). Deze mummies zijn verpakt per 750 stuks en zitten in een plastic flesje. Met behulp van dit flesje kunnen de mummies in de kas uitgestrooid worden. Na levering moeten de sluipwespen zo vlug mogelijk uitgezet worden. Deze mix bestaat uit 250 poppen van Aphidius ervi en 500 poppen van Aphidius colemani met boekweit als draagstof.
Het materiaal kan eventueel kort bewaard worden op een koele plaats (ca. 6-8°C en RV>85%).
N.B. Aphidius colemani en Aphidius ervi zijn gevoelig voor verschillende chemische gewasbeschermingsmiddelen. Ga daarom voorzichtig te werk bij de bestrijding van andere plagen en ziekten. Raadpleeg steeds de Biobest neveneffectenlijst.