Teelten
Algemeen
Meer info
  • Voordat wordt gestart met de introductie van natuurlijke vijanden moet zowel de kasruimte als het gewas vrij zijn van schadelijke residuen.
  • Bespreek voor aanvang van uw teelt, samen met uw begeleider, een plan van aanpak voor het gehele teeltseizoen.
Scouting & monitoring
Meer info
  • Voor de (tijdige) waarneming van vliegende plaaginsecten moeten gele Bug-Scan® signaalplaten worden gebruikt. Hang tijdens het opstoken van de kasruimte minimum 20 gele signaalplaten per ha op om de eerste vliegende insecten waar te nemen.
  • Maak ook in het verdere verloop van de teelt gebruik van de gele Bug-Scan® signaalplaten. Tel en registreer gedurende minimum de eerste 20 weken van uw teelt de verschillende vliegende plaaginsecten die op de signaalplaten gevangen worden.
Omgang met nuttige insecten en hommels
Meer info
  • Volg de gebruiksvoorschriften nauwkeurig op, let hierbij altijd op de icoontjes op de verpakking. Raadpleeg zonodig de hiervoor bestemde Icon Guide.
  • Introduceer natuurlijke vijanden en hommels bij voorkeur vroeg in de morgen.
  • Bij een eventuele korte bewaring van natuurlijke vijanden dient u rekening te houden met de opgegeven bewaartemperatuur en de uiterste gebruiksdatum die op de verpakking vermeld staan.
Chemische correcties
Meer info
  • Maak, wanneer een chemische correctie onvermijdelijk is geworden, zoveel mogelijk gebruik van selectieve chemische gewasbeschermingsproducten. Pas chemische correcties zo veel mogelijk plaatselijk toe.
  • Neem bij twijfel over de nevenwerking van chemische middelen contact op met uw begeleider of raadpleeg de neveneffectengids die digitaal beschikbaar is op www.biobest.be.
Chemical corrections
Meer info
  • If a chemical correction has been inevitable, use as much as possible selective chemical crop protection products. Try to apply chemical corrections on local spots.
  • In case of doubt about the side effects of pesticides, contact your advisor or consult the side effects manual which is available on www.biobest.be
Bestrijding van: bladluis
Meer info
Bladluizen kunnen zich op zeer korte tijd tot een ware plaag ontwikkelen. Daarom is het van belang een bladluishaard tijdig te bestrijden. Biobest levert een hele reeks parasieten en predatoren van bladluizen.
  • Zet Aphelinus abdominalis uit als aardappeltopluis (Macrosiphum euphorbiae) of boterbloemluis (Aulacorthum solani) voorkomt.
  • Introduceer 2 Aphelinus/m² in en rondom de haarden.
  • Preventief: Introduceer minimum 0,15 Aphidius colemani/m² per week
  • Curatief: Zodra u bladluis waarneemt: introduceer minimum 0,5 Aphidius colemani/m² per week, tot een evenwicht is bereikt.
  • Introduceer bij voldoende parasitering: minimum 0,15 Aphidius colemani/m² per week als onderhoudsschema.
  • Opmerking:
    • Start met de eerste introductie, uiterlijk vanaf de 1e bloei.
    • Wanneer hyperparasitering optreedt, kan Aphidius colemani worden vervangen door Aphidoletes aphidimyza.
  • Preventief: Introduceer 0,1-0,2 Aphidoletes/m²/week
  • Curatief: Wanneer er bladluis in het gewas is waargenomen, introduceer 0,5-1 Aphidoletes/m²/week
  • Open de fles en plaats deze onder de bladluishaard, of strooi Aphidoletes, in hoopjes, op een vochtige ondergrond.
  • Opmerking: De galmuggen hebben een goed zoekvermogen, maar kunnen door veelvuldig gebruik van de zwavelverdamper gedesoriënteerd raken.
  • Introduceer wanneer de eerste bladluizen in het gewas zijn waargenomen 0,1-0,25 Aphidius ervi/m²/week tot een evenwicht is bereikt.
  • Introduceer de sluipwespen onderin het gewas, bij voorkeur in de buurt van de bladluishaarden.
Bestrijding van: Kaswittevlieg
Meer info

De kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum) is een typische kasplaag die vele gewassen bedreigt.

  • Preventief: Introduceer 1 Encarsia formosa/m² gedurende min. 3 weken. Bespreek hierna verdere stappen met uw biobegeleider.
  • Curatief: Introduceer nadat er wittevlieg in het gewas is waargenomen, gedurende min. 4 weken minimum 3-4 Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Een mix van Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa (50/50) ter bestrijding van kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum).
  • Curatief: Introduceer vanaf februari gedurende min. 4 weken minimum 3-4 Eretmocerus eremicus + Encarsia formosa/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Vanaf februari gedurende minimum 4 weken min. 2/m² uitzetten totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Preventief:
    • Introduceer vanaf februari in 2 introducties minimum 0,5 Macrolophus/m²
    • Gebruik Nutrimac als alternatief voedselaanbod.
  • Curatief: (wittevlieg waargenomen in het gewas)
    • Introduceer in 2 tot 4 introducties minimum 0,5-1 Macrolophus/m²
    • Introduceer in wittevlieghaarden 5 tot 10 Macrolophus/m²
  • Opmerking:
    • Introduceer Macrolophus altijd in het gewas, maak hierbij gebruik van de Bio-Box.
    • Maak per verpakking maximum 5-10 introductiepunten.
  • Alternatief voedselaanbod voor roofwantsen.
  • Wekelijks uitzetten gedurende 2 tot 4 weken aan een dosis van 10 à 20 gram/ha
  • Introduceer Nutrimac altijd in het gewas op een beschutte plaats op het blad.

De toepassingsmethode van PreFeRal WG hangt af van het gewas en het aantal aanwezige wittevliegen.

  • Spuiten:
    PreFeRal® WG dient met normale spuitapparatuur gespoten te worden. PreFeRal® WG werkt als een contactinsecticide. Om een efficiënte plaagbestrijding te verkrijgen is het nodig de onderzijde van de bladeren goed te behandelen. Daarom is het aan te raden een voldoende hoeveelheid water te gebruiken. Het nodige volume water hangt af van de grootte van het gewas. Normaal zal een hoog spuitvolume de beste resultaten bezorgen. 2.000 tot 3.000 l/ha is aan te raden voor een volgroeid gewas en 1.000 l/ha voor een klein of een jong gewas.
    De pH van het water ligt optimaal tussen pH 4 en pH 7.
  • Combinatie met natuurlijke vijanden:
    PreFeRal® WG is het correctiemiddel bij uitstek als de biologische bestrijding een extra ondersteuning nodig heeft bij de strijd tegen wittevlieg. PreFeRal® WG kan bij de biologische bestrijding van plagen gebruikt worden in combinatie met natuurlijke vijanden zoals b.v. Encarsia formosa, Eretmocerus californicus en Macrolophus caliginosus.
  • Geïntegreerd resistentiebeheerprogramma:
    PreFeRal® WG kan afwisselend gebruikt worden met selectieve wittevlieg-insecticiden als onderdeel van een "Geïntegreerd Resistentiebeheerprogramma" (IRM: Integrated Resistence Management).

 

Bestrijding van: Mineervlieg
Meer info

Mineervliegen veroorzaken in diverse gewassen veel optische schade doordat de larven mijnen vreten in de bladeren (mineren). Vooral in sierteeltgewassen kan een kleine aantasting al zeer grote schade veroorzaken omdat het product niet meer verkoopbaar is.

  • Bij toenemende aantasting van mineervlieg Diglyphus introduceren in een dosering van minimum 0,1 Diglyphus/m²/week gedurende minimum 3 weken of tot er voldoende parasitering aanwezig is.
  • Opmerking: Laat tijdig, via een bladmonster, het percentage geparasiteerde larven bepalen. Deze zal 80 á 90% moeten bedragen om voldoende bestrijding te hebben.
Bestrijding van: Rups
Meer info

Vraatschade van rupsen treedt vooral op in de late zomer en herfst, maar de laatste jaren komen rupsenplagen meer en meer voor in het begin van het teeltseizoen. Verscheidene methoden en middelen zijn mogelijk om de rupsen efficiënt te bestrijden.

  • Ter waarneming van de eerste motten in de kas.
  • Hang minimum 2 Attract® feromoonvallen per ha op; in de Belgische en Nederlandse kas zijn we het meest geïnteresseerd in de waarneming van Chrysodeixis chalcites (Turkse mot), Cacoecimorpha pronubana (Anjerbladroller), Lacanobia oleracea (Groente-uil) en Spodoptera exigua (Floridamot).
  • Hang de Attract® feromoonvallen minimum 50 m van elkaar om menging van feromonen te voorkomen.
  • Vervang de feromooncapsules tijdig (1 maal per 4 weken)
Bestrijding van: Spint
Meer info

Spint is een plaag die weinig kasteelten spaart. Vooral bij droog en warm weer kan een populatie spintmijten erg snel toenemen.

  • Ter ondersteuning van Phytoseiulus bij spintaantasting.
  • Pleksgewijs 1 pot (250 stuks) gedurende 4-6 weken.
  • Opmerking: De galmuggen hebben een goed zoekvermogen, maar kunnen door veelvuldig gebruik van de zwavelverdamper gedesoriënteerd raken.
  • Voor het gebruik in tomaat is er een speciaal gekweekte stam in het pakket.
  • Zodra 1e spinthaard wordt gevonden, introduceer zo snel mogelijk minimum 100-200 roofmijten/plant in en rondom de haarden.
  • Minimum na één week herhalen.
  • Wekelijks spinthaarden controleren en bijzetten indien nodig.
  • Opmerking: Spuit de spinthaarden enkele keren per week nat met ruim water, de vochtige omstandigheden die hierdoor worden gecreëerd helpen bij een snellere opbouw van het aantal roofmijten in het gewas.
Bestrijding van: Tabakswittevlieg
Meer info

In de landen met een gematigd klimaat, is de tabakswittevlieg (Bemisia tabaci) een steeds meer voorkomende plaag.

  • Curatief: Introduceer nadat er wittevlieg in het gewas is waargenomen, gedurende 5 weken minimum 3 Eretmocerus mundus/m² totdat 80 à 90% parasitering aanwezig is.
  • Opmerking: Eretmocerus mundus parasiteert alleen tabakswittevlieg! (Bemisia tabaci)
Bestrijding van: Tuta absoluta
Meer info

Tuta absoluta is een kleine mineermot behorende tot de familie der Gelechiidae
Dit motje creëert economische gewasschade, voornamelijk aan tomaat, gepaard gaande met mogelijke oogstverliezen tot 50-100% bij ongehandelde teelten.
Een Tuta larve boort gangen in bladeren, stengels en vruchten. Er kunnen ook secundaire infecties optreden.
Deze mineermot komt ook voor in andere nachtschadegewassen.
Tuta komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. Sinds 2006 is de soort ook aanwezig in het Middellands Zeegebied en sinds kort ook in West-Europa.
 

  • Met Tuta absoluta feromoon
  • Voor monitoring: 2 tot 3 vallen/ha
  • Controleer de vallen 1x per week
  • Vervang de feromooncapsule om de 4-6 weken
  • Gebruik Macrolophus in landen waar Nesidiocoris niet toegelaten is.
  • Vooral gebruikt voor de bestrijding van wittevlieg
  • Predateert zeer goed Tuta absoluta eieren en jonge larven
  •  Zet 0,5 - 2 Macrolophus/m² uit, in 2 -4 introducties met een interval van 1-2 weken
  • Gebruik Nutrimac (Ephestia-eieren) voor een snellere populatie-opbouw
  • Macrolophus ontwikkelt zich traag, vroeg uitzetten wordt aanbevolen
  • Waarschuwing: Macrolophus kan in uitzonderlijke gevallen gewasschade veroorzaken (voor meer informatie, zie technische fiche)
     
  • Met Tuta absoluta feromoon
  • Voor monitoring: 1-2 vallen / ha
  • Voor wegvangen: 15-45 vallen / ha, afhankelijk van de plaag druk;
  • Plaats de watervallen middenin in de rijen op 20 cm hoogte.
  • Vervang de feromooncapsules om de 4-6 weken
  • (for more instructions, see technical sheet)
     
Teelten
Contacteer biobest
Biobest Belgium N.V.
Ilse Velden 18
2260 Westerlo
BE - Belgium
T: +32 14 257 980
F: +32 14 257 982